Post uit Zwolle voor bij de AFM werkzame accountants?

Het uitoefenen van het accountantsberoep is niet zonder risico’s. Een tuchtrechtelijke procedure – bij de Accountantskamer te Zwolle – is eenvoudig te entameren: eenieder kan een klacht indienen bij een vermoeden van handelen of nalaten van een accountant in strijd met het bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep (“Wab”) bepaalde. Als gevolg van een recent in de Tweede Kamer aangenomen amendement wordt naar verwachting vanaf 1 juli 2018 de termijn voor het indienen van dergelijke klachten bovendien verlengd tot tien jaar nadat het gewraakte handelen of nalaten heeft plaatsgevonden. (Kamerstukken II 2016/17, 34677, 15 . Verlenging van de klaagtermijnen zou blijkens de toelichting op het amendement gewenst zijn, omdat “het soms lang duurt voordat […] misleiding aan het licht komt.”) Dat menigeen de weg naar Zwolle weet te vinden, wordt geïllustreerd door veel recente – negatieve – berichtgeving over accountants in de pers.
Het risico op een tuchtklacht is niet het enige beroepsrisico voor de accountant. Ook accountantsorganisaties halen geregeld negatief de pers. Een recent voorbeeld hiervan is de berichtgeving in het Financieele Dagblad van 29 juni 2017 met als titel “AFM: controles accountants nog slechter dan drie jaar geleden”. (Het Financieele Dagblad 29 juni 2017, p. 14. NRC Handelsblad van 28 juni 2017 kopte “Grote accountantskantoren krijgen opnieuw onvoldoende van AFM”.) De aanleiding voor deze berichtgeving wordt gevormd door het AFM-rapport “Kwaliteit OOB-accountantsorganisaties onderzocht” (hierna: het “AFM-rapport”) dat op 28 juni 2017 werd gepubliceerd. (www.afm.nl/~/profmedia/files/rapporten/2017/oob/deel-1.ashx) In dit rapport beschrijft de AFM (onder meer) de uitkomsten van het door haar uitgevoerde (regulier) onderzoek naar de kwaliteit van de verrichte wettelijke controles door de “Big 4” op basis van 32 onderzochte controledossiers. De AFM kwam daarbij tot negentien “onvoldoendes”.
Voor alle accountants die hun titel wensen te gebruiken geldt dat zij ingeschreven dienen te zijn in het register van de beroepsorganisatie, de NBA. Zij zijn onderworpen aan de voorschriften van de op grond van de Wab vastgestelde Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (“VGBA”). De in de VGBA opgenomen voorschriften en fundamentele beginselen zijn van toepassing op de accountant bij de uitoefening van zijn beroep. Daarvan is sprake indien een accountant werkzaamheden verricht waarbij hij zijn vakbekwaamheid aanwendt waarover een accountant beschikt dan wel behoort te beschikken – “dus telkens wanneer een accountant een professionele dienst verleent”. (Aldus de toelichting op artikel 3 lid 2 VGBA. Voor het fundamentele beginsel “professionaliteit” geldt (zelfs) een nog ruimere werkingssfeer. Professionaliteit strekt zich ook uit over gedragingen van een accountant buiten de uitoefening van zijn beroep, aldus artikel 3 lid 1 VGBA en de toelichting daarop.) Derhalve kan (ook) de accountant die buiten een accountantsorganisatie werkzaam is tuchtrechtelijk worden aangesproken op niet-naleving van de fundamentele beginselen van de VGBA.
Een van die fundamentele beginselen is “integriteit”. Om aan dat beginsel te voldoen, wordt onder meer in artikel 9 van de VGBA voorgeschreven dat indien een accountant betrokken is bij, of in verband wordt gebracht met, informatie die materieel onjuist, onvolledig of misleidend is hij (i) een maatregel dient te nemen die is gericht op het wegnemen van de onjuistheid, onvolledigheid of misleiding; of (ii) aan deze informatie een mededeling dient toe te voegen waarin hij de onjuistheid, onvolledigheid of misleiding aan de beoogde gebruikers van de informatie kenbaar maakt. Artikel 10 VGBA bepaalt daarnaast dat indien de betrokkenheid van de accountant bij bepaalde informatie door een ander onjuist wordt voorgesteld, de accountant een redelijkerwijs te nemen maatregel dient te treffen om zijn werkelijke betrokkenheid aan de beoogde gebruikers van de informatie kenbaar te maken.
Terug naar het AFM-rapport. Enigszins verstopt – op pagina 73 – heeft de AFM daarin als nuancering opgenomen dat zij “geen statistische steekproef [heeft] uitgevoerd en (…) dan ook geen conclusies [trekt] over de kwaliteit van alle uitgevoerde wettelijke controles bij de Big 4-accountantsorganisaties. De onderzoeksmethodiek leidt er eveneens toe dat de uitkomsten qua aantallen onvoldoende uitgevoerde controles niet vergeleken kunnen worden met het vorige reguliere onderzoek of tussen controles van verschillende boekjaren.” (Een andere nuancering is te vinden op p. 46 van het AFM-rapport: “De 32 onderzochte wettelijke controles zijn niet geselecteerd op basis van een statistische steekproef, waardoor de uitkomsten van het onderzoek niet geprojecteerd kunnen worden op alle uitgevoerde wettelijke controles door de Big 4- accountantsorganisaties.”)
Ondanks deze (verstopte) nuanceringen in het AFM-rapport, wordt in de – voorin opgenomen – samenvatting van het AFM-rapport tevens het standpunt ingenomen dat “[h]et aantal uitgevoerde wettelijke controles dat als ‘onvoldoende’ is gekwalificeerd bij elk van de Big 4-accountantsorganisaties (…) net als in het voorgaande reguliere onderzoek in 2014 te hoog [is]. (…) De AFM constateert dat de meest voorkomende tekortkomingen in de onvoldoende uitgevoerde wettelijke controles qua aard vergelijkbaar zijn met die in het voorgaande reguliere onderzoek”. (Pagina 5 van het AFM-rapport.) Op haar website neemt de AFM een vergelijkbaar standpunt in:

“De aard van de tekortkomingen is vergelijkbaar met de resultaten uit het vorige nderzoek in 2014.” (Te vinden op www.afm.nl/nl-nl/nieuws/2017/juni/kwaliteitslag-oob.)

In de berichtgeving in de media is dit, zoals wij hierboven al beschreven, vervolgens nog eens stevig aangezet tot “controles accountants nog slechter dan drie jaar geleden”. En ten slotte is in het parlement door de Minister van Financiën op basis van het AFM-rapport geconcludeerd dat “de AFM-voorstellen een steekproef” zijn en “[d]eze steekproef en die 19 gevallen [aan]tonen (…) dat we niet met zekerheid weten of de goedkeurende verklaring terecht is verleend”. (Zie Handelingen II 2016/17, 99, 3, p. 10 respectievelijk 11.)
Het is niet voor het eerst dat de toonzetting in de samenvatting van, en in de begeleidende persberichten bij, AFM-rapportages over de kwaliteit van accountantscontroles beduidend scherper is dan op basis van de rapportages en de daarin gebruikte methodiek kan worden geconcludeerd. (Zie hierover ook de kritiek in J.B.S. Hijink, ‘‘Freaky Thursday’ voor accountants – veranderingen in de weten regelgeving voor de accountantssector aangekondigd’, Ondernemingsrecht 2014/139 (p. 714-715), op de AFM rapportage die in 2015 verscheen. Over het in 2010 verschenen rapport: H. Beckman, ‘De stuurlui van de AFM: alleen zij weten hoe te controleren?’, Ondernemingsrecht 2010/112 .) Het is ook niet voor het eerst dat in de media en in het parlement – mede daardoor – het beeld wordt gegeneraliseerd dat sprake is van tekortschietende accountants(controles). Op zijn minst kan hierdoor een materieel onjuist, onvolledig of misleidend beeld bij “het publiek” ontstaan over de uitkomsten van de door de AFM verrichte onderzoeken naar de kwaliteit van wettelijke controles bij accountantsorganisaties.
Blijkens het jaarverslag van de AFM over 2016 waren in dat boekjaar bij het toezicht op accountants en financiële verslaggeving, uitgedrukt in fte, 48 personen betrokken. (Zie Jaarverslag AFM 2016, p. 152.) Een substantieel deel van de AFM-medewerkers dat belast is met het toezicht op accountantsorganisaties is zelf accountant. Ons zijn tot op heden geen maatregelen bekend van bij de AFM werkzame accountants om de in de berichtgeving in de media en in het parlement ontstane onjuistheden en onvolledigheden over de conclusies die aan het AFM-rapport worden verbonden weg te nemen. De bij de AFM werkzame accountants – in het bijzonder die welke betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van het AFM-rapport – lijken hierdoor in het licht van de VGBA met vuur te spelen. Het is althans niet uit te sluiten dat de wijze waarop de AFM haar (reguliere) onderzoeken verricht, haar uitkomsten presenteert en nalaat op te treden indien aan die uitkomsten onjuiste conclusies worden verbonden, de toets der VGBA-kritiek niet kan doorstaan. Of dat ook zal leiden tot post uit Zwolle voor bij de AFM werkzame accountants, zal de komende tien jaar uitwijzen.

(Ondernemingsrecht 2017/134)

Steven Hijink & Lars in ’t Veld