Prof. mr. F.G. Laagland / Voorbij de grenzen van het Nederlandse werknemersbegrip. Een Europese analyse van de zzp-plannen van het Nederlandse kabinet
Op de arbeidsmarkt vindt een verschuiving plaats van arbeid in de richting van zelfstandigen. Politiek Den Haag heeft wetgeving aangekondigd. In het Regeerakkoord (2017) en een Kamerbrief (2018) doet het kabinet een voorzet: tal van ideeën, maar hoe verhouden deze ideeën zich tot het recht van de Europese Unie? Niet alleen maakt Nederland deel uit van de Europese vrije markt, maar Europa bemoeit zich steeds meer met de sociale gevolgen daarvan. De auteur laat zien dat de huidige ideeën zullen leiden tot een verschuiving van het probleem. Waar Nederlandse bedrijven de flexibiliteit nu zoeken in een vervanging van werknemers door zzp’ers zullen zij straks hun toevlucht zoeken in zzp’ers uit het buitenland. Willen we voorkomen dat de economisch afhankelijke zzp’er valt tussen wal en schip dan moet op Europees niveau iets gebeuren. Geen gemakkelijke opgave in een EU van (nu nog) 28 lidstaten met allemaal eigen ideeën op het terrein van de sociale politiek. De auteur noemt aan het slot een aantal mogelijke oplossingsrichtingen.
(Ondernemingsrecht 2018/130)
(Femke Laagland is hoogleraar Europees arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit (Onderzoekcentrum Onderneming & Recht). Dit artikel is een bewerking van de oratie die zij hield op 27 september 2018 ter aanvaarding van het ambt als hoogleraar.)

Mr. B.C.G. Jennen / De voorafgaande toetsing van aandeelhouders van financiële ondernemingen
Voor het verkrijgen, houden of vergroten van een aandelenbelang of van zeggenschap van een zekere omvang in een Nederlandse financiële onderneming is voorgaande toestemming vereist van de toezichthouders, veelal in de vorm van een verklaring van geen bezwaar. Op 1 oktober 2017 zijn de Gemeenschappelijke richtsnoeren van de Europese toezichthoudende autoriteiten inzake de prudentiële beoordeling van verwervingen en vergrotingen van gekwalificeerde deelnemingen in de financiële sector in werking getreden. Deze richtsnoeren vervingen de oude richtsnoeren uit 2008. In de nieuwe richtsnoeren wordt een nadere invulling gegeven aan de criteria aan de hand waarvan een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar wordt beoordeeld. Daarnaast worden enkele belangrijke concepten uit de definitie van ‘gekwalificeerde deelneming’ toegelicht. DNB oefent haar toezicht uit en heeft de procedure voor het aanvragen van een verklaring van geen bezwaar ingericht in overeenstemming met deze richtsnoeren. De gevolgen van deze richtsnoeren voor de Nederlandse rechtspraktijk zijn dan ook aanzienlijk. In deze bijdrage wordt het wettelijke kader beschreven dat relevant is voor aanvragers van een verklaring van geen bezwaar en wordt in het bijzonder stilgestaan bij de impact van de nieuwe richtsnoeren.
(Ondernemingsrecht 2018/131)
(Bas Jennen is advocaat te Amsterdam.)

Prof. mr. M.A. Verbrugh / De ‘European Model Company Act’ (EMCA)
In 2017 zag de eerste editie van de European Model Company Act het licht. De EMCA is een door onafhankelijke experts uit verschillende lidstaten opgestelde modelwet voor vennootschapsrecht gericht op het vennootschapstype van de BV en de NV, bedoeld voor lidstaten om geheel of gedeeltelijk over te nemen. Het initiatief is geïnspireerd door modelwetgeving voor vennootschapsrecht in de Verenigde Staten. Anders dan in de V.S., is het vennootschapsrecht, in het bijzonder voor de NV, in de EU in belangrijke mate geharmoniseerd. Dat roept diverse vragen op over de verhouding tussen de EMCA en EU-wetgeving.
De EMCA bevat, naast een inleiding, zestien hoofdstukken. De artikelen zijn voorzien van een meer of minder uitgebreide toelichting. Daarin wordt uitleg gegeven over de inhoud, wordt uiteengezet wat de EU-wetgeving op dit terrein behelst en is ruime aandacht voor rechtsvergelijking. In deze bijdrage wordt allereerst stilgestaan bij de achtergrond van de EMCA en bij de verhouding tussen de EMCA en EU-wetgeving. Vervolgens wordt een aantal onderwerpen uit de EMCA besproken en de vraag of verwacht kan worden dat de EMCA veel zal worden gebruikt. Geconcludeerd wordt dat de EMCA als inspiratiebron vermoedelijk aan belang zal winnen, maar dat de rol van de EMCA in ieder geval de komende jaren naar verwachting (heel) bescheiden zal zijn.
(Ondernemingsrecht 2018/132)
(Maarten Verbrugh is hoogleraar ondernemingsrecht aan de Erasmus School of Law.)